Door Jasper
Het is makkelijk om cynisch te worden over de huidige staat van de bordspelindustrie. Loop een willekeurige spellenwinkel binnen en je wordt bedolven onder pasteltinten, schattige dieren en beloftes van ‘zen-achtige’ ervaringen. Sinds Wingspan en Cascadia de verkooplijsten domineerden, probeert elke uitgever een graantje mee te pikken van de ‘Cozy Nature’-trend.
Toen Harmonies op mijn bureau belandde, was mijn eerste reflex dan ook scepsis. De doos toont een dromerig landschap, getekend door Maëva da Silva, en belooft dat je ecosystemen gaat bouwen. Het ziet eruit als het zoveelste spel dat je koopt voor de sfeer, één keer speelt en daarna vergeet.
Maar schijn bedriegt. Onder dat laagje vernis van gemoedelijke natuur schuilt geen simulatie, maar een ijskoude, mathematische optimalisatiepuzzel. Dit is geen spel voor mensen die willen ‘boswachtertje spelen’. Dit is een spel voor mensen die willen rekenen. En verrassend genoeg is dat precies waarom het werkt.
Het Oordeel: Harmonies is de spirituele opvolger die Azul en Cascadia combineert tot iets nieuws. Het is bedrieglijk eenvoudig in regels, maar meedogenloos in uitvoering. Negeer de belofte van ontspanning; dit is een tactische hersenkraker die het best tot zijn recht komt met twee spelers die elkaar het licht in de ogen niet gunnen.

Specificaties
| Specificatie | Detail |
| Uitgever | Libellud / Asmodee |
| Ontwerper | Johan Benvenuto |
| Spelers | 1-4 (Advies: speel met 2 of 3) |
| Speelduur | 45 minuten |
| Complexiteit | Gemiddeld (Instapniveau+) |
| Leeftijd | 10+ |
| Prijs | €30 – €35 |
Exporteren naar Spreadsheets
De leugen van de esthetiek
Laten we beginnen met wat je ziet als je de doos openmaakt. Waar de meeste concurrenten kiezen voor goedkoop plastic of dun karton, kiest Harmonies voor hout. De doos bevat een zware linnen zak gevuld met honderden gekleurde houten stenen. Ze hebben gewicht, ze kletteren bevredigend op tafel en ze nodigen uit om aangeraakt te worden.
Maar laat je niet misleiden door de zachte vormen. De thematische integratie — de zogenaamde ‘Ludonarratieve Dissonantie’ — is hier enorm. Het spel wil je doen geloven dat je rivieren laat stromen en bergen vormt. In werkelijkheid ben je bezig met brute patroonherkenning. Een berg is geen geologisch wonder, maar een stapel van drie grijze schijven. Een rivier is geen waterweg, maar een reeks blauwe stenen die elkaars zijdes moeten raken.
Is dat erg? Nee. Sterker nog, het is de kracht van het spel. Het thema zit niet in de weg van de mechaniek. Het is puur functioneel design: de kleuren en vormen zijn direct leesbaar, waardoor je brein zich volledig kan focussen op de puzzel. Het ziet eruit als een natuurwandeling, maar het speelt als een spreadsheet — en voor de doelgroep van dit soort spellen is dat een compliment.
Tetris in de derde dimensie
De kern van Harmonies is drafting. Je pakt drie stenen uit een centrale markt en plaatst die op je persoonlijke spelersbord. Tot zover niets nieuws; Azul deed dit al in 2017 en Cascadia perfectioneerde het in 2021.
Wat Harmonies onderscheidt, is de verticaliteit. Je bouwt niet alleen in de breedte, maar ook in de hoogte. Een boomstam (bruin) krijgt een kruin (groen). Een heuvel (grijs) wordt een berg (nog meer grijs). Dit 3D-element is meer dan een gimmick; het is de spil waar de hele economie van het spel om draait.
Het moment waarop het klikt, is wanneer je een dierenkaart claimt. Stel, je pakt een kaart voor een aap. Die aap wil niet zomaar ergens wonen; hij wil op een boom van minstens twee hoog zitten. Pas als je dat specifieke fysieke bouwwerk hebt voltooid, mag je het houten dierenblokje (de aap) op je boomstam zetten.
Dit geeft een zeldzaam soort tactiele voldoening. Je ziet je bord letterlijk groeien. Waar je bij Cascadia aan het einde van het spel naar een platte lappendeken kijkt, kijk je hier naar een miniatuurwereld met hoogteverschillen. Het stapelen van die onderdelen voelt solide aan en spreekt de architect in ons aan. Het lost een probleem op dat veel abstracte spellen hebben: het gebrek aan ’table presence’.
Haat in de ogen van je partner
Veel reviews omschrijven Harmonies als ‘multiplayer solitaire’. Dat is onzin, tenzij je met oogkleppen op speelt. De interactie is passief, maar kan bijzonder venijnig zijn. Omdat alle stenen uit een open markt komen, zie je precies wat je tegenstander nodig heeft.
Zit je tegenstander te azen op die ene bruine steen om zijn eekhoorn-kaart af te ronden? Als jij die set pakt — zelfs als je de stenen zelf amper nodig hebt — zet je hem effectief drie beurten op achterstand. Dit ‘hate-drafting’ element haalt je direct uit de knuffelige sfeer.
Hier komt wel een waarschuwing bij: speel dit niet met vier spelers. De markt verandert te snel, waardoor strategisch plannen onmogelijk wordt en je verwordt tot een opportunist. Bovendien duurt het wachten te lang. Tegen de tijd dat je weer aan de beurt bent, is de puzzel op je eigen bord alweer koud. Met twee spelers is het een schaakspel; met vier spelers is het wachten op de bus.
De harde realiteit van de punten
Het einde van het spel is waar de wiskunde echt toeslaat. Je scoort punten voor je landschappen (lange rivieren, hoge bergen) én voor je dieren. De truc zit in het ‘double dippen’: één constructie kan punten opleveren voor zowel het landschap als het dier dat erop woont.
Maar de ruimte is beperkt. Je bord raakt angstaanjagend snel vol. Halverwege het spel realiseer je je vaak dat je te gretig bent geweest. Je hebt vier dierenkaarten gepakt, maar je hebt fysiek geen plek meer om hun habitats te bouwen. Die realisatie — dat je je eigen ondergang hebt gepland door gulzigheid — is pijnlijk, maar leerzaam. Het dwingt je om efficiënt te zijn. Elke steen moet een doel hebben. Verspilling wordt genadeloos afgestraft.
Conclusie: Zou ik het opnieuw openen?
Harmonies doet iets knaps. Het neemt bekende mechanismen uit de laatste tien jaar bordspelgeschiedenis en smeedt ze om tot iets dat fris voelt. Het heeft de toegankelijkheid van Ticket to Ride, de gemene drafting van Azul en de puzzel-voldoening van Cascadia.
Is het perfect? Nee. De regels voor wat wel en niet mag (wat mag er onder een berg liggen?) zijn soms contra-intuïtief en vragen om regelmatige checks in het boekje tijdens de eerste potjes. Ook is de geluksfactor bij het trekken van stenen soms frustrerend hoog.
Maar als je op zoek bent naar een spel dat in 45 minuten je hersenen laat kraken, er prachtig uitziet op tafel en stevig genoeg in elkaar zit om tientallen keren gespeeld te worden, dan is dit een van de beste releases van 2024. Het is geen ontspannen natuurwandeling, maar een strakke architectonische uitdaging. En dat is precies wat het moet zijn.
Plus- en minpunten
✓ [Verticaliteit] — Het in 3D bouwen van het bord is niet alleen visueel aantrekkelijk, maar voegt een cruciale tactische laag toe die bij concurrenten ontbreekt. ✓ [Productiekwaliteit] — Houten tokens en dik karton voor deze prijsklasse is tegenwoordig een zeldzaamheid. Het voelt premium. ✓ [Speelduur] — Met twee spelers klok je makkelijk af onder de 45 minuten, waardoor er altijd tijd is voor een revanche.
✗ [Spelersaantal] — Met vier spelers stort het tempo in en wordt de chaos te groot. Eigenlijk is dit een 2-speler spel met extra stoelen. ✗ [Abstractie] — Wie een sfeervol natuurspel verwacht, komt bedrogen uit. De regels zijn puur wiskundig en soms droog.
Cijfer: 8.5 Advies: Kopen. Zeker als je Cascadia inmiddels grijsgedraaid hebt en toe bent aan de volgende stap.