Door: Mark
Ik heb een bekentenis. Tot achttien maanden geleden was mijn houding tegenover de Chinese game-industrie simpel: ik negeerde deze volledig.
Voor mij — en waarschijnlijk voor velen van jullie — was “Made in China” in de gamingwereld synoniem met twee dingen: eindeloze, zielloze mobiele clones vol microtransacties, of schaamteloze rip-offs van westerse successen. Ik keek naar het Oosten en zag een fabriek, geen atelier. Ik zag cijfers, geen kunst. En ik kan ook niet ontkennen dat er een beetje bias bij zat; een beetje angst en ontzag voor het steeds machtiger wordende China, wat mij gezien het huidige politieke klimaat toch niet helemaal los liet.
De reden dat ik de komende tijd deze site wijdt aan een stortvloed aan artikelen over Chinese AAA-games, is niet omdat ik ben omgekocht door Tencent (ik wacht nog steeds op die cheque), maar omdat ik me kapot ben geschrokken van mijn eigen blinde vlek.
De dood van de westerse ‘vibe’
De aanleiding was een simpele frustratie. Ik zat vorig jaar op de redactie en we keken naar de releasekalender. Het voelde als een herhaling van zetten. De zoveelste remaster van een game die pas tien jaar oud is. De zoveelste open-world game met een kaart vol icoontjes die aanvoelen als huiswerk. De westerse AAA-industrie is een industrie van angst geworden. Angst voor de aandeelhouder, angst voor risico, angst om de ‘formule’ los te laten.
En toen speelde ik voor het eerst een vroege build van Phantom Blade Zero. Het had iets wat ik al jaren niet meer had gevoeld in een westerse blockbuster: honger. De absolute, grenzeloze bewijsdrang van een team dat niet probeert een kwartaalcijfer te redden, maar een stempel op de wereldgeschiedenis wil drukken. Een beetje zoals Clair Obscure: Expedition 33 dat in 2025 ook deed. We maken een game met passie en ‘we zien wel’.

De nuchtere realiteit: Het is niet al goud wat blinkt
Laten we echter één ding heel duidelijk maken: mijn hernieuwde fascinatie is geen blind fanboyisme. De ‘Chinese Golf’ brengt ook een hoop schuim met zich mee. Nu de deuren naar de wereldmarkt openstaan, zien we ook de keerzijde van deze enorme bewijsdrang: games die visueel verbluffen, maar inhoudelijk rammelen.
Als we naar de scores op Metacritic kijken van de afgelopen twee jaar, zien we dat de weg naar de top geplaveid is met middelmatigheid. Denk aan:
- Bright Memory: Infinite (MC: 67): Een visueel spektakel gemaakt door nagenoeg één persoon. Indrukwekkend? Absoluut. Maar als game? Een korte, onsamenhangende koortsdroom die vaker aanvoelt als een tech-demo dan als een afgerond product.
- Sword and Fairy: Together Forever (MC: 71): Een franchise die in China legendarisch is, maar in de vertaling naar het Westen de plank misslaat met houterige animaties en een plot dat voor een buitenstaander niet te volgen is.
- Loopmancer (MC: 69): Een roguelite die prachtig oogt in trailers, maar uiteindelijk bezwijkt onder repetitieve gameplay en een gebrek aan ziel.
- Boundary (MC: 64): Een tactische shooter in de ruimte die technisch vernuft toont, maar de speler nergens echt weet te grijpen.
Deze cijfers herinneren ons eraan dat een hoog budget en een nieuwe engine geen garantie zijn voor een goede game. Er wordt in China momenteel ook een hoop ‘opvulcontent’ geproduceerd; titels die meeliften op de hype van Black Myth: Wukong, maar de diepgang missen om echt relevant te blijven. We moeten kritisch blijven kijken naar de games die trailers gebruiken als rookgordijn voor een gebrekkige kern.
Waarom ik tóch ben gaan graven
Ondanks die missers heb ik mijn bureau leeggeruimd. Waarom? Omdat de pieken van wat er uit China komt, de rest van de industrie op haar grondvesten doen schudden. Ik ben in het konijnenhol gedoken. Ik heb interviews laten vertalen van developers uit Chengdu die vertellen over hun jeugd tijdens het consoleverbod. Ik heb de jaarcijfers van NetEase uitgeplozen om te begrijpen waarom ze opeens 70 euro durven te vragen voor een historisch drama als Blood Message.
De conclusie was ontnuchterend: terwijl wij dachten dat ze alleen maar onze assets kopieerden, waren ze de grootste inhaalrace uit de entertainmentgeschiedenis aan het voltooien. En ja, daar horen groeipijnen en middelmatige 7-tjes bij. Maar de games die wél slagen, doen dat met een visie waar westerse studio’s nog wat van kunnen leren.
Geen PR-praatje, maar noodzaak
Waarom besteed ik hier zoveel tijd aan? Omdat het mijn taak is. Als hoofdredacteur van dit platform ben ik het jullie verplicht om te kijken naar waar de échte innovatie vandaan komt, maar ook om het kaf van het koren te scheiden.
De komende weken nemen we jullie mee in een dossier dat verder gaat dan alleen trailers kijken. We gaan kijken naar:
- De Games: Welke titels in 2026 de middelmaat overstijgen.
- De Historie: Waarom een 15-jarig verbod op consoles juist de sleutel tot hun succes was.
- De Cultuur: Waarom hun verhalen anders aanvoelen (en waarom dat soms botst).
- De Industrie: De genadeloze strijd tussen oost en west.
De oogkleppen zijn af. Laten we gaan kijken wat er aan de andere kant van de muur gebeurt.


