De regen klettert tegen het raam, de basisschool-kerstviering is overleefd en het huis is eindelijk stil. Ik staar naar mijn digitale bibliotheek en zie het icoon van Assassin’s Creed Shadows staan. De game waar de marketingmachine me driekwart jaar lang op had voorbereid met trailers, pre-order bonussen en beloftes van een ‘levende wereld’. Maar ik klik er niet op. Mijn muis zweeft naar links.
Het is een vreemde gewaarwording voor iemand die is opgegroeid met het idee dat ‘groter’ altijd ‘beter’ was. In 2025 is de Triple-A industrie bezweken onder haar eigen gewicht. We zijn op een punt gekomen dat de grote studio’s bang lijken om een punt te zetten. Elke release moet een ‘platform’ zijn, een jarenplan, een digitale verplichting die je volledige resterende vrije tijd claimt. Voor ons, de doelgroep die tussen werk en gezinsleven door probeert te ontspannen, is die honderd uur aan ‘content’ geen luxe meer, maar een vorm van mentale belasting.
Ik heb dit jaar tientallen uren in Battlefield gestopt, maar als ik nu probeer terug te halen wat ik daar heb beleefd, zie ik alleen maar grijze pixels en een eindeloze grind voor skins waar ik morgen alweer op uitgekeken ben. Het was ‘vulling’. Het was de digitale equivalent van een zak chips: je blijft eten, maar je krijgt nooit echt genoeg.
De verschuiving naar de ‘Scherpe Focus’
De echte winst van 2025 zat hem in de games die durfden te kiezen. Kijk naar Clair Obscur: Expedition 33. Dat dit spel er vandoor ging met de Game of the Year-award is geen toevalstreffer; het is een statement van de hele industrie. Sandfall Interactive leverde een ‘High-End Indie’ af die visueel de vloer aanveegde met de gevestigde orde, maar die de ziel van een passieproject behield.
Het is geen game die je vraagt om honderd uur lang icoontjes op een map weg te strepen. Het is een ervaring die elke minuut van je tijd respecteert. De turn-based combat voelt als messen op tafel: elke beslissing telt, elk gevecht is een puzzel op zich. Het is een game die ik niet speel om de tijd te doden, maar om iets te voelen. Dat is de kwaliteit die ik miste in de gepolijste, maar steriele werelden van de grote blockbusters.
De intellectuele uitdaging: Brain Burners en Villa’s
En dan is er Blue Prince. Een game die dit jaar bewees dat je geen budget van driehonderd miljoen nodig hebt om een hele generatie gamers aan de praat te krijgen. Terwijl de marketingmachine van Monster Hunter Wilds ons probeerde te overtuigen van grotere monsters en complexere ecosystemen (die op de PC ook nog eens voor geen meter draaiden), deed Blue Prince iets veel radicalers: het nam ons serieus.
Het is de ultieme brain burner. Ik heb avonden doorgebracht in die veranderlijke villa, met een fysiek notitieblok op schoot, terwijl mijn partner vanaf de bank mee zat te puzzelen. Geen explosies, geen hectiek, alleen de pure bevrediging van een mysterie dat laag voor laag wordt afgepeld. Het had een ongekend bioscoop-effect in de huiskamer; het trok mensen aan die normaal gesproken niets met mijn hobby hebben. Dat bereik je niet met een grotere map, dat bereik je met een beter idee.
De overwinning van de ‘Intentie’
2025 was het jaar waarin we stopten met het slikken van de ‘meer is meer’-belofte. De industrie-analisten mogen dan naar verkoopcijfers kijken, maar de culturele impact lag dit jaar bij de studio’s die durfden te experimenteren.
We hebben gezien dat een game niet ‘klein’ hoeft te zijn om een indie te zijn. Expedition 33 is gigantisch in ambitie en uitvoering. Het verschil zit hem in de intentie. Deze games zijn niet gemaakt om kwartaalcijfers op te poetsen; ze zijn gemaakt omdat iemand een verhaal wilde vertellen of een uniek mechaniek wilde verkennen. Dat proef je in elke seconde.
Zelfs als ik maar een half uurtje heb voor een korte snack, kies ik liever voor een run in Hades II of een paar kamers in Blue Prince dan voor een missie in die grote open-world RPG die me alweer herinnert aan alles wat ik nog ‘moet’ doen. In een wereld die steeds drukker wordt, is de grootste luxe die een game kan bieden niet de omvang, maar de relevantie.
De reuzen van de industrie mogen dan nog steeds de billboards domineren, maar de architecten van onze mooiste herinneringen zitten dit jaar in de marge. En eerlijk gezegd? Daar voel ik me meer thuis dan ooit.


